Agota is 25 jaar. Ze is verstandelijk gehandicapt. Twee keer per week gaat ze naar het dagopvangcentrum IZIDA in Feketic (Servië). Ze wordt opgehaald met een door een Nederlands bedrijf gesponsorde bus. Haar moeder is blij dat haar dochter wekelijks geregeld naar IZIDA kan. “Tot voor kort kwam ze er veel minder, want toen was er nog geen bus die haar ophaalde We waren afhankelijk van anderen. Agota heeft het erg naar haar zin. Ze is erg goed in kunst en pas heeft ze zelfs een prijs behaald.”
Tijdens een bezoek vertelt haar moeder over haar kind, die tot voor kort nooit buiten kwam. “Agota ging eerst naar een speciale school in Subotica, maar daar werd ze weggepest. Vanaf haar achtste ging ze niet meer naar school. Op straat kwam ze vrijwel niet. De buren mochten niet weten dat ze gehandicapt was. Haar moeder schaamde zich voor Agota. Haar moeder heeft nog steeds niet verwerkt dat ze een gehandicapt kind heeft. Aan de directrice Papp Juliánna van het opvangcentrum vertelt ze: “Ik heb tijdens de zwangerschap van Agota veel te hard gewerkt. Ze is te vroeg geboren en daarom is ze gehandicapt. Het is mijn schuld.” De directrice legt met klem uit dat ze zo niet moet denken. “Het is uw schuld niet!” De gedachte dat het gehandicapt zijn van een kind de schuld van de moeder is, is een wijdverbreid misverstand in Servië. “Ik kom deze verhalen vaak tegen als ik de mensen bezoek”, zegt Papp Juliánna. “Mannen verwijten hun vrouw dat ze een losbandig leven leiden en daarom een gehandicapt kind hebben gekregen. Het gebeurt ook vaak dat de man om deze reden scheidt. We komen veel gebroken gezinnen tegen.” Juliánna vertelt dat gehandicapten ook vaak na de geboorte worden weggehouden van de buitenwereld. “Mensen mogen niet weten dat hun kind gehandicapt is. We hebben nu zo’n 120 jongeren die geregeld naar het dagopvangcentrum komen. Toch zijn er nog steeds mensen in deze omgeving die weten dat dit centrum er is, maar hun gehandicapt kind niet aanmelden. Ze schamen zich. Gelukkig verandert er wel wat,” constateert Juliánna.
Opvang Papp Juliánna heeft zelf ook een gehandicapte dochter. Ze organiseerde allerlei uitjes voor gehandicapte kinderen en jongeren uit Feketic en omgeving. Enkele jaren geleden vormde ze een comité om een dagopvangmogelijkheid te creëren. Ze vroeg daarbij hulp van Stichting Hulp Oost-Europa. Dankzij giften uit Nederland kon in Feketic een oude voormalige christelijke school met twee lokalen, sanitair, keuken en tuin worden gekocht. Dit gebouw werd opgeknapt, mede met behulp van jongeren en ouderen uit Nederland en leerlingen van de scholengemeenschap Pieter Zandt in Kampen. Sinds 2008 heeft het dagopvangcentrum ook de beschikking over een bus om kinderen te vervoeren, met een lift. “Hiermee kunnen we veel makkelijker kinderen en jongeren die in een rolstoel zitten ophalen.” Dat de bus uit Nederland komt is te zien aan het logo voor op de motorkap met een afbeelding van een molen, klompen en tulpen. Enkele weken geleden is het laatste gedeelte van het gebouw aangekocht om deze ook geschikt te maken voor de opvang van gehandicapten. “Ik hoop dat we snel kunnen starten met het opknappen van de ruimte. We zitten nu echt te krap.” Inmiddels zijn er 120 gehandicapte jonge mensen die regelmatig het dagopvangcentrum bezoeken. Om bij te dragen aan de exploitatiekosten, maken de jongeren allerlei artikelen, zoals kaarten en tassen, die verkocht worden in binnen- en buitenland. Helaas kunnen ze daar nog niet alles van betalen en blijven financiële bijdragen vanuit het buitenland noodzakelijk.
|