Naar school...Roemenen zijn over het algemeen zeer trots op hun onderwijssysteem. Veelvuldig klinken de verhalen over de grote kennis van Roemeense leerlingen, vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen. Toppunt in een schoolcarrière is mogen meedoen aan Olympiades, waar leerlingen elkaar beconcurreren met hun kennis.
Ook wij gingen september (weer) naar school, met de kinderen van het kinderproject. Maar hoeveel kansen heeft een kind met problemen in dit systeem? Het programma op een staatsschool telt vier lesuren per dag. De lesstof wordt in hoog tempo doorgenomen. Er is geen ruimte voor het praktisch maken van de theorie, bijvoorbeeld door te werken met concreet materiaal. Bovendien wordt het niveau heel snel opgevoerd. Een kind in de eerste klas moet na twee maanden al gedicteerde woorden van drie lettergrepen aan elkaar kunnen schrijven.
Om geen tijd te verliezen, zijn leerkrachten vaak erg streng. De verhalen over fysieke en psychische straffen zijn nog lang niet verstomd. Een kind dat de eerste maanden het tempo niet kan volgen, heeft de boot eigenlijk al gemist. Voor drie kinderen van het kinderproject moest er een plek in een eerste klas gevonden worden. Hoe zouden we ze kunnen beschermen tegen een vroege uitval?
Voor Roxana was het snel rond. Ze was tijdenlang een angstig meisje dat zich bij naderend onheil direct in zichzelf terugtrok. De particuliere christelijke school waar Maria een jaar eerder ingestroomd was, bleek een goed pedagogisch klimaat te hebben. Voor beiden kon de ene plek per klas, voor een kind met leerproblemen, bemachtigd worden. Voor Mihaela, die niet kan lopen en dubbel incontinent is, bestond geen school waar ze verschoond kon worden. Daarom kende de staat direct gratis thuisonderwijs toe.
Daar waren we heel blij mee, tot bleek dat er maar één ochtend in de week een leerkracht komt. Vooral voor een kind met leerproblemen veel te weinig. Besloten werd haar twee dagen per week naar een particulier dagverblijf voor gehandicapte kinderen te laten gaan (waar ze eigenlijk te oud voor is). Ana Maria was het grootste probleem. Haar hyperactiviteit en agressiviteit maken elke onderwijsvorm bijna onmogelijk. Toch besloot de Kinderbescherming dat ze naar de gewone wijkschool moest. De eerste vijf weken heeft een personeelslid van de stichting continu naast haar gezeten.
Voor de juf bleek het onmogelijk Ana alleen rustig te houden. Na overleg met allerlei verantwoordelijken is toestemming verleend voor de variant: zoveel het kan in de klas zitten, daarnaast enkele malen per week individueel onderwijs thuis, met de eigen juf. Betaald door de stichting. Alle zeilen moeten worden bijgezet om deze kinderen een kans te geven. Een eerlijke kans op onderwijs om de mogelijkheid op een toekomstig zelfstandig leven te vergroten. Familie om op terug te vallen hebben ze immers niet. De kosten zijn niet gering. Voor deze kinderen is dat mogelijk dankzij financiële steun uit Nederland, voor veel andere Roemeense kinderen is de kans snel verkeken.
Iasi, Roemenië, Elles en Erica |