De Roemeens Evangelische Kerk (BER)Het ontstaan van de Roemeens Evangelische Kerk (Roemeens: Biserica Evanghelica Romana, afgekort BER) was het gevolg van een geestelijke opwekking in Boekarest en wijde omgeving, omstreeks 1922-1924. Daardoor zijn de kerken voornamelijk in het zuiden van Roemenië te vinden. Deze kerkgemeenschap heeft een overeenkomst met het belijden van de reformatorische kerken. Bijzonder, omdat in het oude Roemenië de reformatie in de zestiende eeuw nauwelijks doorgedrongen is. De Roemenen behoren vanouds tot de oosters-orthodoxe kerk.
Toen het grote Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog uiteen viel, kreeg Roemenië, door een nieuwe verdeling een flink deel van het Hongaarse grondgebied. De gespannen verhoudingen tussen Hongaren en Roemenen zorgden ervoor dat er weinig invloed uitging van de Hongaarse Gereformeerde Kerk in Roemenië naar het Roemeense volk. Tegenwoordig zijn er wel contacten tussen de van oorsprong Hongaarse gereformeerde gelovigen en de gelovigen van de Roemeense Evangelische Kerk.
Tot het begin van de 20e eeuw kende Roemenië geen enkele protestantse traditie. In de jaren twintig veranderde dat. Er had een geestelijke opwekking plaats door het werk van twee oosters-orthodoxe theologen: Dimitru Comilescu en Teodor Popescu.
Dimitru Comilescu voelde zich geroepen om de Bijbel in het Roemeens van zijn dagen te vertalen. Comilescu realiseerde tijdens het vertalen van de Bijbel en het bestuderen van vooral de werken van Calvijn dat hij een zondaar was voor God. Hij ontdekte dat bekering nodig is om de Heere Jezus te leren kennen als zijn persoonlijke Heere en Heiland. Na deze ommekeer werd Cornilescu een middel tot bekering van zijn vriend Teodor Popescu, die priester was in de oosters-orthodoxe kerk van Boekarest. De bekering van deze priester Popescu leidde in 1924 tot een kerkelijke banvloek. Popescu mocht niet meer preken en geen liturgische diensten meer verzorgen in de Sint Stefanskerk.
Beide vrienden begonnen daarna al spoedig samenkomsten te beleggen die door veel mensen werden bijgewoond. In 1926 kon in Boekarest een flinke kerk worden gebouwd aan de Carol Davilla Straat 48 in Boekarest. Dit gebouw wordt nog steeds gebruikt. Er is plek voor meer dan 1.000 mensen.
In 1927 kreeg de nieuwe christelijke beweging op verzoek van de Roemeense autoriteiten een officiële naam: “Christen volgens de Heilige Schrift”. Zo onderscheidden ze zich zo van andere kerkelijke gemeenten. Het was officieel georganiseerd als een onafhankelijke vereniging. Na enige tijd konden ook in de omliggende plaatsen, zoals Ploiesti, Cimpulung, Rucar, Buzau, Tirgoviste, Pitesti, Birlad en Brasov zustergemeenten worden geïnstitueerd worden.
In 1939 moest de vereniging “Christen volgens de Heilige Schrift” van de autoriteiten zich aansluiten bij “Christen volgens het Evangelie”, ondanks verschillen in de leer. De verschillen zorgden vanaf de start voor veel misverstanden. Deze werden in de loop der jaren alleen maar vergroot, omdat de communistische autoriteiten zestig procent van de kerken sloten en de verenigingen verplichtten samen te komen in hetzelfde kerkgebouw.
Na december 1989 toen de dictatuur eindigde, besloten de twee verenigingen uit elkaar te gaan. Dat gebeurde op 27 januari 1990. De vereniging kreeg toen haar huidige naam: “Biserica Evanghelica Romana (BER-kerk).
De Roemeense Evangelische Kerk aanvaardt het gezag van de Heilige Schrift als de hoogste autoriteit voor elk mens. Het „Sola Scriptura" is binnen de Roemeense Evangelische Kerk ten volle aanvaard. Dit houdt voor de gelovigen in dat geen bisschop of priester autoriteit heeft binnen de kerkgemeenschap. Het, Jezus Christus is het enige Hoofd van de Kerk" wordt door hen beleden. De kerk wil zich als een levende Kerk openbaren. Tot deze levende kerk behoren, door Gods genade, geredde christenen. Wedergeboorte, bekering en geloof zijn noodzakelijk voor ieder mens. Het geloof in Jezus Christus maakt van een ongelovige een oprecht gelovige.
Een theologische opleiding ontbreekt, maar inmiddels zijn er wel initiatieven om broeders te scholen. In afhankelijkheid van de leiding van de Geest wordt het Woord bediend door broeders of oudsten. Deze moeten in de gemeenten bekend staan als mannen van goede naam en met veel levenservaring. Schriftstudie is hun eigen en zij hechten voor zichzelf en voor hun gemeenteleden grote waarde aan het uit het hoofd leren van gedeelten uit de Bijbel. De BER-kerk kent geen vrouwelijke ouderlingen en diakenen. De taak van de vrouw is om werken van barmhartigheid te doen. Zij mogen hun haar niet knippen, mogen geen mannenkleding dragen en moeten, wanneer er gebeden wordt, of dat nu in de kerk of elders gebeurt, hun hoofd bedekken.
De zondag is de rustdag. Tijdens de kerkdiensten gaat het er sober aan toe. Tweemaal wordt een godsdienstoefening gehouden. De liturgie is zo ongeveer als volgt: men begint de dienst met het zingen van een lied, waarna een van de ouderlingen voorgaat in gebed. Dan volgt de Woordbediening. Soms legt één broeder, maar meestal leggen twee broeders een bepaalde tekst uit. Na de prediking(en) wordt er weer gezongen. Na gebed en samenzang wordt de dienst besloten.
Een kerkdienst duurt anderhalf tot twee uur, afhankelijk van het aantal broeders dat preekt. Er wordt staand of geknield gebeden, door allen, zowel tijdens de kerkdiensten als thuis. Naar de mening van de mensen in de Roemeense Evangelische Kerk is dat de beste houding bij het spreken tot God.
Het Heilig Avondmaal wordt elke zondag gevierd. Tot de samenkomst, voorafgaande aan de morgendienst, waarin dit gebeurt worden alleen zij toegelaten die deelnemen mogen aan het sacrament. Als tweede sacrament kent men de kinderdoop, die meestal aan huis, onder toezicht van de kerkenraad, soms tijdens een kerkdienst in het midden van de gemeente, wordt bediend. Het dopen van een kindje gebeurt door onderdompeling. |