Contact   Login   Sitemap
 
   Zoek Home > Actueel  >  Nieuws  >  Archief  >  Brood op de plank: winterhulp voor armsten
 

Brood op de plank: winterhulp voor armsten

04 december 2003


 

Alleen nog een half brood in huis hebben en niet weten of er morgen meer te eten is. In Nederland kunnen we ons dat bijna niet voorstellen, maar voor een groot aantal mensen in Oekraïne, Roemenië, Servië, Slowakije en Hongarije is dit de harde realiteit. Stichting Hulp Oost-Europa helpt minderbedeelden de winter door te komen.

Maandagmorgen 17 november 2003. In het Oekraïense dorpje Tiszágtelek woont Zsófia. De 75-jarige vrouw zit aan tafel. Buiten is de temparatuur net boven het vriespunt. Binnen is het niet veel warmer. De kachel brandt op een laag pitje. Meer hout om de kachel warm te stoken, is er niet. Zsófia heeft geen man meer die voor haar kan zorgen. Ze loopt slecht en kan daarom niet naar buiten om hout bij elkaar te sprokkelen. Op tafel ligt een half brood. Het laatste voedsel dat ze heeft. Ze hoopt dat er vandaag nog iemand langskomt om haar eten te brengen. Hoe het gaat als de temperatuur de komende weken onder het vriespunt daalt, weet ze niet. "Alleen God weet het", zegt ze, terwijl er tranen in haar ooghoeken verschijnen.

Emmer water
In hetzelfde dorp woont lbolya (80) en haar lichamelijk gehandicapte dochter Emese (46). lbolya is dement. Ze ligt de hele dag op bed. Emese heeft een aandoening aan haar gewrichten en is gebonden aan een rolstoel. Ze slikt medicijnen. "Kijk, deze kosten vijf euro per doosje. Elke week moet ik een nieuw pakje kopen."

In het dorp is geen waterleiding. De mensen in het dorp moeten naar de put lopen om water te halen. Emese kan met haar rolstoel onmogelijk over de kuilen en gaten in de wegen naar de put. Als het goed is komt iedere dag iemand een emmer water brengen. Helaas gebeurt dat niet altijd. Op een tafeltje ligt een beduimelde Bijbel. Emese wijst ernaar. "Gods Woord geeft kracht om in deze moeilijke omstandigheden staande te blijven." Helaas kan ze alleen overdag lezen, omdat haar ogen slechter worden. Zelfs met lamplicht wordt het steeds moeilijker. Als diaconaal medewerker L. Katko langskomt, belooft hij een Bijbel met grotere letters aan haar te geven.

Margit (97) leeft samen met haar verstandelijk gehandicapte zoon Tlbor (66) in een woninkje in het dorp Kisdobrony. Tlbor repareert kapotte schoenen, maar hij verdient te weinig om zijn moeder en zichzelf te onderhouden. Het pensioentje dat Margit ontvangt, is een welkome aanvulling, maar nog lang niet voldoende om verwarming, eten en medicijnen tijdens de koude winter te betalen. Als ze hoort dat ze ondersteuning krijgt via de diaconie, verschijnt er een glimlach op haar gezicht.

Steentje bijdragen
Vele zwakken in de samenleving in Oekraïne, Roemenië, Servië, Slowakije en Hongarije leven in dezelfde situatie als Zsófia, lbolya, Emese, Margit en Tlbor. Dankzij hulp van anderen komen ze de koude wintermaanden door. Helaas hebben de meeste mensen in Oost-Europa zelf grote moeite om de winter door te komen. Zij kunnen vrijwel geen hulp geven aan buren die nog armer zijn.

Jaarlijks kan stichting Hulp Oost-Europa, samen met andere organisaties, een steentje bijdragen om de vele arme mensen in Oost-Europa te helpen. Vooral tijdens de wintermaanden is deze steun hard nodig. Stichting HOE kiest er niet voor om pakketten vanuit Nederland te versturen naar de mensen in Oost-Europa. Er zijn voldoende levensmiddelen leverbaar in de landen zelf. Vaak zijn die producten goedkoper. Daarnaast scheelt het transportkosten.

Betrouwbare contactpersonen
Het ingezamelde geld wordt overgemaakt naar betrouwbaren contactpersonen en organisaties. Voordat zij het geld krijgen, hebben ze een verantwoord en goed onderbouwd voorstel ingediend. Van het geld worden levensmiddelen, hout en medicijnen gekocht. Mensen die geld nodig hebben om de verwarmingskosten te betalen, krijgen dit contant. Bestuursleden en vrijwilligers van stichting Hulp Oost-Europa brengen regelmatig bezoeken en controleren steekproefsgewijs of het geld daadwerkelijk gebruikt wordt voor de noodzakelijke hulp.

Ervaringen van L. Katko, diaconaal medewerker in Oekraïne:
"Het coördineren van de hulpverlening tijdens de wintermaanden vergt heel wat inspanning. Als verantwoordelijke van ons district ben ik bezig met de inventarisatie van de armste mensen. Dan beland je meteen bij de vraag: Wie zijn arm? Steun je alleen 'kerkelijke' armen, of ook annen met een andere geloofsovertuiging? Kwesties waar niet zomaar een antwoord op te geven is. Wij werken samen met vertegenwoordigers van plaatselijke kerkelijke gemeenten. Zij voorzien mij van namen van de allerarmsten in hun gemeente. Hier ontstaan vaak al problemen. Men vindt dat een vooraanstaand lid van de gemeente ook een voedselpakket 'verdient', omdat hij zoveel voor de kerk heeft gedaan. En zo kunnen ze nog wel een aantal mensen bedenken, die een pakket eigenlijk niet nodig hebben, maar wel horen te krijgen. Het vergt nogal wat overredingskracht om hen ervan te overtuigen dat die mensen zichzelf wel kunnen redden. Vaak roepen we de hulp in van de burgemeester. Samen met de kerkelijke vertegenwoordiger stelt hij dan een lijst op met mensen die echt hulp nodig hebben. Natuurlijk controleren we zelf ook nog of de mensen daadwerkelijk hulp moeten krijgen. Bij de inventarisatie blijkt dat veel mensen die inderdaad nodig hebben. Dat is ook logisch, want in ons district zijn dorpen waar 70 tot 80 procent van de bevolking werkeloos is. Jammer genoeg moeten we de mensen categoriseren, omdat we niet iedereen kunnen helpen. We kijken naar gezinsomstandigheden, handicaps, ziekten, en dergelijke om op die manier een verantwoorde en goede onderverdeling te kunnen maken."
 Print deze pagina