Contact   Login   Sitemap
 
   Zoek Home > Actueel  >  Nieuws  >  Archief  >  De plaats van het zout is de soep
 

De plaats van het zout is de soep

12 juni 2007


 
Samenvatting van de inleiding van ds. Kondor Endre op de gemeenteavond d.d. 12 juni 2007 te Oosterwijk.

Thuis vroegen ze hoe het spreken ging, of ik al wat Nederlands kon. Ik heb geantwoord dat het spreken me bijzonder goed afgaat maar dat de Nederlanders veel moeite hebben mij te begrijpen.

Het is fijn u te mogen ontmoeten en u persoonlijk te kunnen danken voor de ondersteuning die we in de afgelopen tijd mochten krijgen. Ik wil u iets gaan vertellen over de kerk in Roemenie, ons leven daar en een vergelijking maken met de situatie hier.

De Hongaren in Roemenie zijn de grootste minderheid in Europa. Er leven circa 1,6 miljoen Hongaren in Roemenie. Het aantal daalt. We zijn Hongaars, we spreken Hongaars en we hebben een Hongaarse cultuur. De protestantse kerk in Roemenie is Hongaars. De grootste kerk is de Roemeens Orthodoxe kerk. De Hongaars Gereformeerde kerk heeft twee karakteristieken:
- Het is een minderheidsbestaan
- Het is een volkskerk.

In de reformatie was er in de Hongaarse kerk een bloeitijd maar in de contra reformatie werd de Hongaarse kerk sterk onderdrukt Transsilvanie was een deel van het Hongaarse koninkrijk. Lange tijd was er het Feodalisme wat zich kenmerkt door gebrek aan burger-activiteit. In de structuur van de kerk vind je dat nog terug. Deze is nogal hiërarchisch ingericht m.n. doordat we bisschoppen hebben.

Na de eerste WO leven we in minderheid. De opdracht van de kerk veranderde ook. Het bewaren van de Hongaarse identiteit werd een van de belangrijke doelen. Maar de kerk heeft als eerste doel het bewaren van de christelijke identiteit. Er kwam een nieuwe ramp na de Tweede WO, het communisme ging overheersen. Het kerkelijke leven werd teruggedrongen tussen de muren van het kerkgebouw. Men durfde niet meer vrij te spreken. De structuur van de kerk ging verloren. Mensen willen geen verantwoordelijkheid meer op zich nemen. Dat is nu nog moeilijk voor predikanten, die overal alleen voor staan. Het bewuste christelijke leven wordt gemist.

Het probleem met de Hongaarse kerk in Roemenie is dat de reformatie de hersenen van de mensen heeft geraakt en niet de harten. Aldus een citaat van een oudere predikant. In een volkskerk zijn verschillende ziekten te vinden: o.a. Liberalisme en Cultuurprotestantisme. Maar er is in onze kerk ook een evangelische stroming, dat is een oprecht calvinistische, reformatorische beweging die de echte levende traditie willen vasthouden en een opwekking willen beinvloeden. Maar het is wel zwemmen tegen de stroom in.

De gemeente van Pancota
Het is een kleine stad met veel werkloosheid, het had voorheen een bekende meubelfabriek maar die is failliet gegaan. De Hongaren zijn hier een minderheid van ongeveer 10% van de mensen en daarbinnen zijn de Gereformeerden ook een minderheid met circa 120 leden. 30 tot 35 mensen komen zondags naar de kerk In de regio zijn er diaspora gemeenten welke ook door de predikant worden bediend. Karakteristiek voor de gemeente is dat er veel ouderen zijn, er is veel emigratie, ieder gezin heeft wel iemand die in het buitenland verblijft om te werken, van Hongarije tot Canada. Hierdoor missen ouderen vaak ondersteuning.

Er zijn weinig jonge mensen, weinig geboorten. Gemengde huwelijken van Hongaren en Roemenen. Dit geeft meestal problemen. Het geloofsleven van een van de echtelieden komt vaak in de verdrukking. We kennen in Pancota ook enkele enthousiaste mensen. Dat is een bemoediging. Wat ook mooi is, is dat de weinige jongeren graag naar de Bijbelclub komen. In de scholen wordt christelijk onderwijs aangeboden maar de Hongaars Gereformeerden zijn te weinig dat er voor hun ruimte is. Daarom worden de jongeren en kinderen thuis uitgenodigd. 75% van de gemeente zijn ouderen. Dat geeft wel een grote opdracht. Eenzaamheid, hulp is er nodig. Er is armoede, eigenlijk wel in elk gezin.
We kunnen niet zeggen dat mensen sterven van honger, maar het is voor hun wel moeilijk van de ene naar de andere maand te leven. Ze moeten enorm opletten wat ze het eerst of het laatst zullen betalen, wat ze het eerst nodig hebben deze maand. Sommige gezinnen hebben een echt slechte situatie.

Het salaris van de predikant komt voor de helft uit de gemeente een de andere helft van de Staat. Vroeger had de gemeente akkerland wat een opbrengst had, de gemeente van Pancota had 25 ha. maar ze heeft maar 5 ha. terug gekregen van de Staat na de val van het communisme. Tegenwoordig is de opbrengst van het land zeer laag, waardoor de gemeente moeite heeft haar verplichtingen te voldoen.

In Pancota is er een behoorlijke onverschilligheid bij hen die bijna niet naar de kerk komen. Het is soms moeilijk om samen te werken met de kerkenraad. Er zijn oudere mensen of mensen met het oude denken die van meer spiritualiteit niet willen weten. Soms is het gebrek aan kennis. Ik moet dan vooral evangeliseren in de kerkenraad, oproepen tot bekering in de gemeente. Het kost geduld en moeite.

Het is voor mij moeilijk ik de kerkelijke situatie in Nederland te beoordelen. Ik weet niet alles maar heb wel indrukken, het is dan wel persoonlijk en subjectief, en ik wil niet oordelen.
Aantrekkelijk is de beleving van het christelijk geloof bij de mensen. Mensen die deel hebben aan het geloof nemen ook deel aan de activiteiten. Bij ons is daar een groot gebrek aan. Ook doet de predikant bij ons alles, zoveel dat ik wel eens op de preekstoel heb gestaan met het gevoel onvoldoende voor de prediking te hebben gebeden. In Nederland denken mensen op een andere wijze. Het is goed om ouderlingen te ontmoeten die mee werken, gelovig, vurig, die helpen. In het diaconale werk zie ik de liefdadigheid in Nederland. Het is vanzelfsprekend dat een buitenlander hulp besteed in Roemenie, maar het is voor mij een wonder, een werk van de Geest, die we bij ons veel te weinig beseffen.

De hervormde kerk bij ons en de hervormde kerk hier zijn bijna in dezelfde situatie maar hebben andere gegevens (uitgangspunten). Beiden staan voor de vraag: hoe kunnen we leven als christen op de plaats waar God ons heeft geplaatst. Wat goed is voor ons hoeft niet goed te zij voor hier in Nederland. In Nederland is de securalisatie sterk, dat is grote scheiding tussen kerk en wereld.. In Roemenie aanvaarden mensen God makkelijk en praten erover, er is een vorm van religie. Hierom is het moeilijk voor ons om tot bekering te brengen. Door het grote verschil tussen kerk en wereld hebben ze in Nederland wegen gevonden om met ongelovigen contact aan te gaan.

Grootste vraag voor de christenen in Nederland en Roemenie is: hoe kunnen we relevant zijn in deze tijd. Buitenstaanders moeten kunnen zien dat we blij zijn omdat we God kennen en dat God ons liefheeft. Het is leuk dat het zout in het zoutvaatje zit, het staat heel mooi op tafel. Maar de bedoeling van de Heere met ons leven is niet dat we daar bij blijven. De plaats van het zout is de soep. Daar doet het z’n werk en brengt het smaak. Zout zijn betekent ook opgeven van onszelf, ondergaan van ons leven. Dat geldt voor beide landen. De grootste uitdaging is hoe we kunnen leven als christen in deze wereld. Het grootste gevaar is zoals de discipelen deden na de kruisiging. Zij hielden de deur dicht uit angst dat de wereld ze zou vinden. Met Pinksteren is de geest uitgestort om ons kracht te geven. De zending is niet de vrije optie van de kerk, het is een bestaansvoorwaarde. We moeten niet bang zijn voor wat er rondom ons gebeurt. Dat mensen die God niet kennen zo leven, waarom zou de wereld anders zijn?

In januari was er grote storm in Nederland. Juist in die dagen zouden we naar een bruiloft gaan in Noord-Ierland, met het vliegtuig. Er waren vele vluchten vertraagd, we moesten lang wachten. Ik zei tegen Erzike, mijn vrouw, wees niet bang, we kunnen ook met de wind mee vliegen. Maar wat bleek was dat we juist tegen de wind in moesten vliegen om op te kunnen stijgen. Dit geldt ook voor het geloof. De tegenkrachten maken ons alleen maar sterker. Probeer te blijven in het leven wat de Heere u geeft.

 Print deze pagina