De Hongaarse emeritus predikant Ferenc Visky is woensdagmorgen 5 oktober 2005 op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oradea overleden. Dit werd aan het einde van de ochtend bekend. De predikant was ernstig ziek. Ds. Visky was de geestelijk leider van de piëtistische beweging Christian Endeavor (CE) en predikant van de Hongaars-Gereformeerde Kerk in Roemenië. Hij behoorde tot de Hongaarse minderheid in Roemenië.
In het grensgebied tussen Roemenië en Hongarije diende hij verschillende gemeenten. In 1958 werd de predikant gearresteerd en tot 22 jaar gevangenisstraf met dwangarbeid veroordeeld, wegens „samenzwering tegen de socialistische orde.” Het regime verbande zijn vrouw en zeven kinderen enkele maanden na zijn arrestatie naar een concentratiekamp. Julia Visky beschreef haar ervaringen in het boek ”Op adelaarsvleugelen gedragen”. Zij overleed begin augustus van dit jaar. Ds. Visky en zijn gezin kwamen in 1964 vrij. Ook daarna werden ze voortdurend gecontroleerd en geïntimideerd door de Securitate, de geheime dienst. Tot op hoge leeftijd bleef ds. Visky preken. Hij wordt vrijdag in Oradea begraven. (Reformatorisch Dagblad)
Levensloop Visky Ferencdoor Gerrit van Dijk Hongaarse gewoonte is eerst familienaam te noemen en dat pas eigennaam. Hongaarse gewoonte is ook de oudste zoon naar de vader te noemen. Visky is een predikantengeslacht, zoals in Nederland velen uit de familie Vreugdenhil of De Kok. Zijn vader –ook een Ferenc Visky– was predikant in Egri (na 1920 toen Transsylvanië ineens tot Roemenië behoorde werd de naam in het Roemeens Agris). Ferenc werd geboren 1 juli 1918. Na het gymnasium studeerde hij theologie aan de Tisza Kálmán universiteit in Debrecen. In Hongarije werd hij als jong predikant actief in de ‘Bethanië’-beweging. Dit is een piëtistische opwekkingsbeweging in de Hongaarse Hervormde Kerk. Tijdens een van die evangelisatiecampagnes leerde hij Julia Irén Sollich kennen. Julia kwam uit Boedapest en was van oorsprong rooms-katholiek. Aan het eind van de tweede wereldoorlog in 1944 traden zij in het huwelijk. Na de oorlog werd de grens tussen Roemenië en Hongarije hermetisch gesloten. Toch wilde Ferenc terug naar zijn geboortestreek. Hij en Julia staken liepen met gesloten ogen, hand in hand, al biddend de grens over. Het was een wonder dat de mitrailleurs stil bleven of de honden niet blaften. In het grensgebied van Roemenië met de Hongarije heeft Ferenc Visky enkele gemeenten gediend.
In Roemenië werd hij een geestelijk leider van de Bethanisten, die tegenwoordig als CE (Christean Endeavour) wordt aangeduid. De opstand van 1956 in Hongarije, veroorzaakte ook in Roemenië een golf van arrestaties. In 1958 werd ds. Ferenc Visky gearresteerd en tot 22 jaar gevangenis met dwangarbeid veroordeeld wegens “samenzwering tegen de socialistische orde”. Omdat hij als geestelijk leider werd beschouwd, kwam hij in de berucht Gherla-gevangenis terecht. De Gherla-gevangenis was door de communisten bestemd om tegenstanders tot andere gedachten te brengen (lees hersenspoeling). In die tijd zat de intellectuele elite van Roemenië in kampen of gevangenissen. In de Gherla gevangenis kwam hij eens in de cel met de bekende Richard Wurmbrand. Later wist Ferenc vele anecdotes van deze tijd te verhalen. (Volgend voorjaar zal bij uitgeverij De Banier een boekje verschijnen met 70 van deze korte verhalen) Van Wurmbrand kreeg hij les in Duits. Als Wurmbrand vindt dat Feri genoeg Duits kent, geeft hij Feri als ‘examenopdracht’ de taak in het Duits te bidden. Ferenc antwoordt: “Dan ben ik altijd geslaagd omdat de Heere niet op correct taalgebruik let.”
Later zullen vele Hollanders en andere buitenlanders met ds. Ferenc Visky in het Duits converseren. Het hele gezin Visky, zeven kinderen, inclusief de huisgenote Marika, wordt enkele maanden na de arrestatie van de vader, gedeporteerd naar de Donau Delta. Mevrouw Julia Visky heeft deze gebeurtenissen te boek gezet. Vertaald in het Nederlands verschenen “Op Adelaars Vleugelen gedragen” en “Drie Kruisen” en later “Een Moeder in Israël”. In 1964 kwam door de buitenlandse druk op het Causescu regime een algemene amnestie voor politieke gevangenen. Ferenc kwam vrij en ook het hele gezin mocht terugkeren. Het gezin Visky had zich gevestigd in Oradea, ee stad vlak bij de grens met Hongarije. Ook na de vrijlating stonden alle leden van het gezin Visky onder voortdurende controle en intimidatie van de Securitate. Tot op hoge leeftijd is ds. Ferenc Visky blijven preken. Hij was een leider met veel charisma voor de CE in Roemenië. De volgende boeken verschenen van zijn hand: In 1996 “Eszter” een verklaring van het boek Esther; in 1999 “Egyhaz en szenvedés” (“Kerk en het lijden”), in 2002 “Vogoly vagyok” (Ik ben een gevangene) later in het Roemeens, volgend jaar in het Nederlands, in 2003 “Mez a sziklából” (Honing uit de Rots) een dagboek met voor elke dat een meditatie, verzameld uit kerkbodes etc.; in 2004 “Szerelme szorongat” (Liefelijke Verdrukking); in 2005 “Anti” een levensbeschrijving over Papp Antal (Anti bácsi) zijn zwager.
Uigegeven door stichting Kom Over En Help verscheen “In Banden en Gevangenissen” getuigenissen van 16 gevangenen. De historische inleiding is van Ferenc Visky. In één van de hoofdstukken ook zijn eigen ervaringen van zijn gevanenschap. In het jaar 2005 verscheen “Broeder Dick”, ervaringen van een bijbelsmokkelaar door Dick Langeveld (Open Doors). In hoofdstuk 6 schrijft Langeveld over Ferenc en Julia. Hij gebruikt de schuilnamen Stefan en Claudia. In april 2002 verschenen in de GezinsGids twee artikelen van Gerrit van Dijk, hieronder enkel passages over Visky Ferenc: Rijk en arm ontmoeten elkaarErgens in het noorden van Roemenië woont Antal Papp, een oude boer. Hij moet van een karig pensioentje leven. Deze man heeft 40 abonnementen op Kis Tükör. Omdat hij het blaadje zo goed vindt, legt hij van zijn schamele inkomen zoveel geld opzij dat hij ervoor zorgt dat 40 arme gezinnen uit zijn dorp Kis Túkör kunnen lezen Het blad ziet er naar onze begrippen maar pover uit. Er is echter geen geld om dit christelijke blad in een mooiere uitvoering te laten verschijnen. Toch is dat nodig zeker met het oog op de jeugd. Wellicht kan de GezinsGids een steenteje bijdragen. “Rijk en arm ontmoeten elkander” zegt de Spreukendichter. De vraag kan gesteld worden: wie is er arm en wie is er rijk? Het rijke westen? Of het gezegende oosten? In Roemenië direct bij de grensovergang van Hongarije ligt de stad Oradea. Daar woont de bekende ds. Ferenc Visky. In Nederland geniet het gezin Visky bekendheid vanwege het boek “Op Adelaarsvleugels Gedragen”. Dit boek verhaalt van de moeilijkheden van dit gezin onder communistische overheersing. Vele Hollanders, van diverse kerkelijke pluimage, hebben de gewoonte alvorens ze de grens over te steken nog even bij ds. Ferenc Visky aan te wippen. Vanuit de rijke schat van zijn geestelijk leven en ervaringen, vaak doorspekt met humor, boeit de predikant de bezoekers met zijn verhalen over zijn gevangenschap. Hij heeft aan den lijve ondervonden hoe agressief het atheïstische communisme is.
Kis Tükör Eens zit daar weer zo’n delegatie Hollanders in zijn kleine studeerkamer. Verbaasd is de oude Visky als hij hoort van zoveel pagina’s elke dag gevuld met nieuws en achtergrondartikelen, op zo’n professionele wijze gemaakt en dat op gereformeerde grondslag. Dan zal ik eens wat vertellen, zegt Visky en hij laat een Hongaars tijdschrift zien. Het is “Kis Tükör”. Een bescheiden blaadje van zo’n twintig pagina’s, zonder mooie omslag en op slecht papier gedrukt, niet ene kleurenfoto, wel enkele zwart-wit illustraties van niet al te beste kwaliteit. In Nederland zien de doorsnee kerkbodes er al beter uit. Ds. Visky legt uit dat het een gereformeerd gezinsblad is. De naam ‘Kis Tükör’ betekent ‘Kleine Spiegel’. De abonnementsprijs is onvoorstelbaar laag, maar voor de Hongaren in Roemenië die ternauwernood in de eerste levensbehoeften kunnen voorzien, is dat ‘extra’ nog heel wat. Veel indruk maakte de serie ‘getuigenissen’ in Kis Tükör. Negentien christenen die tijdens het communistische schrikbewind in de gevangenis zaten, deden een persoonlijk verslag van die tijd. Ds. Ferenc Visky, een van de negentien, vertelt hoe hij gearresteerd wordt en hoe hij onder begeleiding van een bewaker afdaalt in de kelder van de gevangenis in Oradea. “De bewaker bracht mij naar de kelder, de plaats van veel tragedies. Maar ik was niet alleen. Ik voelde de voetstrappen van Hem, Die mij voorging. De stilte was demonisch, onverdraaglijk. Weer kwam er een deur. De bewaker nam de donkere bril van mijn neus. Ik zag een smalle cel van beton met een klein raam en ijzeren tralies, twee ‘bedden’ van beton met een strozak en een deken. Ik bekeek mijn kamer grondiger. Al vanuit de deur zag ik iets dat mij deed glimlachen. Het was de vreugde van de verrassing: “Wat een Herder heb ik! Hij weidt mij ook in de betonnen cel!” Mijn celgenoot vroeg verrast: “Wie bent u? Hier pleegt men te huilen en niet te lachten.” Ik legde hem uit dat ik voor mijn arrestatie grote problemen had met mijn urinewegen. Ik moest vaak plassen. Voor zulke gevangenen is het vreselijk als ze maar één keer per dag naar het toilet mogen. Maar toen ik de cel binnenkwam, ‘lachte’ de nachtpot mij al tegemoet. Hij vertelde dat de nieuwe regeling dat er in iedere kamer een toilet moest zijn pas die dag was ingesteld. “Ziet u”, zei ik, “nu ervaar ik hoe teer mijn God mij liefheeft.’ Zoveel liefde kon ik slechts huilend en glimlachend van dankbaarheid verdragen.” Omdat Ferenc Visky een leidersfiguur van de Bethanië beweging was, moest hij voor ‘heropvoeding’ van Oradea naar de beruchte Gherla gevangenis verhuizen. In zijn verslag in Kis Tükör schreef ds. Visky hoe hij daar op een bijzondere wijze door een bijbeltekst bemoedigd werd. De gevangenis was vroeger een kasteel geweest. Boven een poort op de binnenplaats had de eigenaar eeuwen daarvoor een tekst uit de Latijnse bijbel laten zetten. “Dominus adiutor et protector meus, timebo quem?” In zijn getuigenis schreef Ferenc Visky: “De bewakers wisten niet eens de betekenis van het opschrift en dachten er niet aan die te verwijderen. Maar wij gevangenen om Christus’ wil begrepen deze tekst als Psalm 27 vers 1 “De Heere is mijn licht en mijn heil; voor wie zou ik vrezen” De drieduizend jaar oude psalm van David. Hemelse tekenen…” |