De voorganger van de Baptistengemeente neemt ons mee naar een van de zusters van de gemeente. Ze woont net buiten het centrum van Sarajevo. Ze is vier jaar lid. Ze staat ons al op te wachten. Het bovenste deel van het huis is het woongedeelte. Eronder bevindt zich bergruimte. Nu nog leeg, straks vooral gevuld met brandhout voor de winter. ‘Midden’ in de stad en nog met hout je huis verwarmen… En niet voor de sfeer en gezelligheid, maar uit bittere noodzaak…
Het huisje heeft een slaapkamer, zitkamer en keuken. We krijgen Turkse koffie in de mooiste kopjes die ze heeft. Ze vertelt hoe blij ze is met ons bezoek. Haar man, een bekeerde moslim, is drie jaar geleden gestorven. Zij was op dat moment nog niet gelovig. Na de bekering van haar man heeft ze een Bijbel kunnen bemachtigen. Het lezen van het Woord bracht haar bij God en bij de Baptistengemeente.
Het is niet makkelijk om met kerkelijke activiteiten mee te doen, want ze woont ver weg van de kerk. Zusters uit de gemeente zoeken haar op om samen te bidden. Zij waren een bijzondere steun toen ze alleen verder moest in een slepende rechtzaak over een stukje grond. Bijna had ze haar vertrouwen in God verloren. Op een middag baden ze weer samen. De dames gingen weg en bij terugkomst in haar huisje lag de Bijbel open. De Heere sprak daar tot haar om vast te houden en te vertrouwen op Hem.
Diezelfde God zorgt ook voor haar tijdens de wintermaanden. Een stralend gezicht bevestigt haar woorden: de Heere is goed. We lezen Psalm 146 waarin staat dat God een God van de wezen en weduwen is. We zingen psalm 134. Ook voor ons is dit een ontroerend moment. Het is tijd om afscheid te nemen. We sluiten haar in ons hart en kunnen haar gerust aan de Heere overlaten.
Adré Lichtendonk, bureaumanager |