Sinds juli 1948 heeft de hervormde gemeente van Arad-Gáj een kleine kerk. Door de uitbreiding van de stad neemt het aantal leden toe. De gemeente bestaat uit ongeveer 300 families en de kerk wordt te klein om alle mensen te kunnen herbergen. De gemeente onderhoudt haar eigen dominee, Czege Imre, door vrijwillige bijdragen en ontvangt geen steun van de overheid. Omdat het kerkgebouw te klein is om het gemeenteleven goed te kunnen laten functioneren, heeft men in 1992 het plan opgevat om een nieuwe kerk te gaan bouwen. Pas in april 1994 krijgen ze de vergunning om te gaan bouwen. Dat vormt een bewijs dat ook na het communistische regime het nog niet makkelijk is om van overheidswege toestemming te krijgen.
De nieuwe kerk biedt plaats aan 400 mensen. Er komt een gemeentezaal en een kerkelijk bureau. Hierdoor kunnen de diaconale activiteiten beter tot ontplooiing worden gebracht, vooral voor de oudere leden van de gemeente. Het jeugdwerk en de vrouwenvereniging draait goed. In Arad-Gáj zijn veel straatkinderen met daarmee samenhangende (drugs)problematiek. Dit stelt de kerk en de gemeenteleden voor nieuwe problemen.
|