Contact   Login   Sitemap
 
   Zoek Home > Over de stichting  >  Vrijwilligers
 

Vrijwilligers van stichting Hulp Oost-Europa

Stichting Hulp Oost-Europa maakt gebruik van vrijwilligers die op het kantoor in Barneveld meehelpen, zich inzetten in ons depot, verantwoordelijk zijn voor de kinder- en gezinsadoptie en werkbezoeken brengen aan onze projecten. Op deze pagina presenteren de vrijwilligers zich.


Bestuurslid Chiel Huizer: ‘Ik krijg er een les voor mezelf’

Als er één woord is waarmee het werk van HOE-bestuurslid M.J. (Chiel) Huizer uit Veenendaal (rechts op de foto) treffend kan worden omschreven dan is dat ‘gedrevenheid’. In de meest letterlijke zin, eigenlijk. Sinds zijn aantreden in het bestuur van de stichting in 1993, kreeg zijn toch al drukke bestaan er een dimensie bij. ‘Roemenië’ is veel meer voor hem geworden dan een naam op de kaart van Oost-Europa. Het is doel en bron tegelijk: helpen waar hij helpen kan en tegelijk ‘een les krijgen voor mezelf’.

“Waar ben ik aan begonnen”, vroeg hij zich vertwijfeld af, toen hij destijds een paar maanden meedraaide in het bestuur van de stichting. Hij had eigenlijk helemaal ‘geen beeld’ bij land en volk waarvoor hij zich inzette en voor wie zijn vrije tijd beschikbaar stelde. En met die onbegrijpelijke Bestuurslid Chiel Huizer: Als er één woord is waarmee het werk van HOE-bestuurslid M.J. (Chiel) Huizer uit Veenendaal treffend kan worden omschreven dan is dat ‘gedrevenheid’. In de meest letterlijke zin, eigenlijk. Sinds zijn aantreden in het bestuur van de stichting in 1993, kreeg zijn toch al drukke bestaan er een dimensie bij. ‘Roemenië’ is veel meer voor hem geworden dan een naam op de kaart van Oost-Europa. Het is doel en bron tegelijk: helpen waar hij helpen kan en tegelijk ‘een les krijgen voor mezelf’. namen van mensen werd het al helemaal niks. De verandering voltrok zich in 1994, toen hij samen met een medebestuurslid veertien dagen lang Roemenië doorkruiste. Dat werd het einde van de twijfel. Ze bezochten er vele gemeenten en predikanten, zowel van de BER-kerk als van de Hongaarse Hervormde Kerk. Op die reis leerde hij dat voor de armsten van de armen niet de nood van hun dagelijks bestaan centraal stond, maar hun geloofsleven. Wanneer ze ergens te middernacht arriveerden, dan was een van de eerste vragen: “Ken je de Heere Jezus?”

‘Echt leiding’
Diep onder de indruk raakte hij van de drang tot evangeliseren bij de BERkerk. Evangeliseren onder gevangenen, straatkinderen, ouderen, in steden en dorpen, overal. Buitenlandse contacten hadden ze niet, maar een geweldige Boodschap wel. En daar gingen ze mee aan het werk. Ik zie het echt als leiding van de Heere dat ik met die mensen in contact kwam”, zegt hij. “Het werd een omslagpunt in mijn leven.” Als projectleider helpt hij evangelisten zakelijk op eigen benen te staan, zodat ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Zo zijn er bijvoorbeeld al drie opticiens aan de slag geholpen. “Als ik zie met hoe weinig zij het moeten doen, dan wil ik graag een beetje helpen. Het gaat toch om de uitbreiding van Gods Koninkrijk.” Daarom zet hij zich met liefde en enthousiasme in om zijn geloofsgenoten in Roemenië te bemoedigen, werkt aan de bouw van kinder- en bejaardenhuizen, hielp mee het kinderkamp Albesti op poten te zetten (jaarlijks zo’n duizend kinderen) en organiseerde een perfect systeem van gezinsadoptie voor allerarmsten. Als hij thuis wel eens afwezig voor zich uit zit te staren en ze vragen: ‘Waar zit je met je gedachten’, kun je er zeker van zijn dat hij in Roemenië is.

‘Les voor mezelf’
Een belangrijke les voor zichzelf kreeg Chiel Huizer nog onlangs van een straatarme vrouw, die haar materiële noden voor de Heere had opgeschreven. Zonder dat iemand dat wist. Een dag later kreeg ze uit Nederland een extra gift, zomaar! Hij heeft haar bezocht en het werd een bijzondere ontmoeting. “Bij het weggaan vroeg ik of we nog iets voor haar konden doen. Weet je wat ze zei? 'Ik vertel mijn nood altijd eerst aan de Heere.' Dat was een les voor mezelf. Ik zou waarschijnlijk gezegd hebben: nou, ik heb dit nog nodig en dat nog…! Van zo’n vertrouwen raak ik onder de indruk.”


Piet van Driel (Péter bácsi): ‘Ook deze kinderen zijn voor de eeuwigheid geschapen’

Minstens vijf keer per jaar reist hij van Delft, de stad waar hij woont, naar Nagydobrony in Oekraïne. Dat doet hij al vele jaren. In het kindertehuis ‘De Barmhartige Samaritaan’ wordt hij altijd met open armen ontvangen. Péter bácsi, oom Piet, heeft er een bijzondere plek verworven. Bij de 75 kinderen die er wonen, maar ook bij de medewerkers van het eerste (en tot dusver enige) christelijke kindertehuis in Oekraïne. Om elke mogelijke twijfel over zijn passie die ‘Nagydobrony’ heet weg te nemen, kan deze uitspraak gelden: “Het is als het ware m’n eigen gezin. Het is er voor mij thuís komen.”

Onlangs is Péter bácsi (81) in het kindertehuis gehuldigd voor het vele werk dat hij in de loop der jaren voor dit project van Stichting Hulp Oost-Europa heeft verzet. En niet alleen voor dit project. In aanwezigheid van familieleden, medewerkers, hulporganisaties uit verscheidene landen, de voormalige bisschop Horkay László van de Hervormde Kerk in Kárpátalja, de directie van het kindertehuis en anderen, werd hij tot zijn grote verbazing geëerd met zijn portret in brons, gemaakt door de Delftse kunstenares Ria van Oosten. Péter bácsi ‘s ‘bronzen hoofd’ heeft een plaats gekregen in de hal van het kindertehuis. Zijn reactie is even eenvoudig als illustratief voor hem: “Ik heb het niet gedáán; ik heb er kracht voor gekrégen.”

Wie Piet van Driel de vraag stelt wat hem motiveert voor dit tijdrovende project, krijgt een omvangrijke uiteenzetting over hoe en wanneer het allemaal begon. Maar de vraag zelf blijft onbeantwoord. Dat antwoord komt pas na wat aandringen: “Ook deze kinderen zijn voor de eeuwigheid geschapen”, zegt hij. ‘Deze kinderen’, dat zijn verschoppelingetjes, weeskinderen, gehandicapte kinderen, zwakbegaafde kinderen. In De Barmhartige Samaritaan hebben ze een warme, liefdevolle plek gekregen. Voor dat werk was er maar één Opdrachtgever, weet Péter bácsi. “Opdat God aan Zijn eer komt, ook door deze kinderen. Daar gaat het om. God alle eer! Wat is het heerlijk dat ook zij nu uit de Bijbel horen.”

Het kindertehuis is een voorbeeld voor heel Oekraïne. De echtgenote van voormalig president Koetsjma was er op bezoek en in haar spoor volgden en volgen talrijke autoriteiten. Ze steken weliswaar de loftrompet over dit prachtige project, maar daar blijft het ook bij. De regering draagt vrijwel niets bij aan de exploitatie van ‘De Barmhartige Samaritaan’. De oorzaak daarvan ligt vrijwel zeker in het gegeven dat het een christelijk tehuis is, precies zoals de stichters destijds van het communistisch regiem eisten en – tot hun eigen verbazing! – gedaan kregen.

De onthulling van zijn bronzen beeltenis is daarom voor Péter bácsi geen bekroning en afronding van wat gerust zijn levenswerk mag heten. Welnee, het is veeleer een extra stimulans. “Jij blijft doorgaan tot je dood toe, zei mijn vrouw wel eens. Het begint er aardig op te lijken.”


Jan Migchels: ‘Doen wat de Heere ons te doen geeft’

‘Je rolt ergens in’. Dat is een ‘staande uitdrukking’ waarmee min of meer schertsend wordt aangegeven hoe iemand bij het werk van een organisatie betrokken is geraakt. Voor Jan M. Migchels (46, links op de foto), sinds 1999 bestuurslid van Stichting Hulp Oost-Europa en voorzitter van het Landenteam 2, is dat principieel te kort door de bocht. “Soms zeg je dat wel”, erkent hij, “maar later zie je dat de Heere daar toch een plan mee heeft.” Zo ervaart hij dat zelf voor zijn werk binnen de stichting ten behoeve zijn broeders en zusters in onder meer Roemenië.

Jan Migchels heeft een economische en agrarische achtergrond en hij werkt graag met mensen. “Dat heeft een stuk van m’n hart.” In zijn dagelijks werk bij een grote bankorganisatie en in het vrijwilligerswerk. Opleiding en achtergrond maakten hem vooral inzetbaar voor het ontwikkelen en begeleiden van landbouwprojecten. Hij had voor zijn vrijwilligerswerk de keuze tussen Oekraïne en Roemenië. Hij koos voor het laatste. Intussen hebben niet meer de landbouwprojecten prioriteit, maar ligt het accent op vorming en toerusting. “Veel mensen vragen: zie je er nou ook wat van, gaat het vooruit in Oost-Europa? Het gaat soms erg ‘taai’ en met kleine stapjes. Maar het gaat vooruit. Van die kleine stapjes vooruit kan ik genieten. Zoals van een vrouw van 87 jaar die dekens maakt voor Oekraïne; of van een reisverslag waarin verteld wordt dat de ouderlingen van het ene dorp zagen dat hun ambtsbroeders van het andere dorp samen met hun predikant bidden en dat nu zelf ook doen. Gods werk gaat door.”

Dit werk naast een drukke baan en een opgroeiend gezin vergt veel. Dat kan en mag omdat het gezin intens meeleeft. “Je zou aan dit werk een weektaak kunnen hebben”, zegt hij. Het geheim van een blijvend enthousiasme schuilt in de woorden ‘met elkaar’. Jan Migchels: “Je moet dit werk met elkaar doen en elkaar scherp houden. Dat is ook een van de redenen waarom we elkaar in werkgroepen mogen bemoedigen. We komen in Roemenië in gemeenten waar we nog nooit een euro hebben achtergelaten, maar we bemoedigen elkaar wel.” Die verrassende bemoediging putte hij onlangs tijdens een vergadering ook uit 2 Kor. 9 : 6-15 over Gods onuitsprekelijke gave. “Wij doen slechts wat de Heere ons te doen geeft.”


Henk Veldhuijzen: ‘Mijn ‘verre naasten’ zijn me dierbaar’

Jongeren betrekken bij het werk van de stichting. Dat was vijf jaar geleden een van de redenen om binnen Stichting HOE een aparte Jongerencommissie op te zetten. Henk Veldhuijzen (26) was er vanaf het begin bij betrokken. “Ik kende HOE eigenlijk alleen van naam. Toen ik gevraagd werd voor de Jongerencommissie, heb ik dat gedaan in het besef daarmee mijn verre naasten te dienen. In Oost-Europa was ik nog nooit geweest!”

Inmiddels heeft Henk er al verschillende ritten naar Slowakije, Hongarije, Roemenië en voormalig Joegoslavië op zitten. Zijn ‘verre naasten’ zijn hem dierbaar geworden. “Als commissie maken we elk jaar een voorbereidingsreis naar de plaatsen waar een werkvakantie wordt gehouden. We bekijken het project waaraan gewerkt zal worden en maken dan afspraken voor de komende zomer. De situatie in Oost-Europa is niet zo rooskleurig als veel mensen denken. Ook al behoren de meeste landen er nu tot de EU, de armoede is nog geen verleden tijd. Je verkijkt je gemakkelijk op de dure auto’s in Budapest. Juist daarom is het goed dat jongeren tijdens een werkvakantie een kijkje nemen in het gewone dagelijkse leven van Oost-Europeanen. Dat geeft een eerlijker beeld. Armoede is echt nog aan de orde van de dag.”

Zijn werk voor de Jongerencommissie van HOE heeft Henk Veldhuijzen veranderd. “Ik kijk anders naar de manier waarop wij in het leven staan: toch wel erg gericht op het materiële. De mensen in Oost-Europa zijn vaak met veel minder tevreden.” Dat het resultaat van een werkvakantie slechts een druppel op een gloeiende plaat lijkt, doet niets af aan de waarde ervan, zegt hij. “In het begin was ik soms wat sceptisch: wat heeft het voor zin, zo’n werkvakantie? Al kun je in een paar weken de situatie in een land niet drastisch verbeteren, de bemoediging die van zo’n werkvakantie uitgaat is enorm! Het resultaat van wat je doet, is niet altijd direct meetbaar en zichtbaar. Maar dat maakt het niet minder waardevol.”


Margreet Agterhuis: ‘God is niet afhankelijk van onze systemen’

Hoe beleven mensen achter het IJzeren Gordijn hun geloof? Hoe kunnen wij hen helpen? Wat kunnen wij bijdragen? Drie vragen die Margreet Agterhuis uit Harderwijk, oud-bestuurslid van Stichting Hulp Oost-Europa, zo’n kwart eeuw geleden bezighielden. Ze had er vanzelfsprekend wel eens over gelezen, maar het fijne wist ze er niet van. In die leemte aan kennis voorzag haar (onderwijs)collega Albert Heldoorn. Hij zorgde ervoor dat ze niet alleen snel kennismaakte met Oost-Europa, maar ook met het bestuur van Stichting HOE. Jarenlange contacten in Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Servië en Kroatië hebben haar één ding duidelijk gemaakt: “God is niet afhankelijk van onze systemen.”

Margreet’s eerste reis richting Oost-Europa bracht haar aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw in Hongarije. Daar maakte ze voor het eerst kennis met de praktijk van het communisme. “Dat maakte indruk”, weet ze nog. “Daar zag ik hoe mensen, ondanks alle moeilijkheden, toch staande bleven in het geloof en dat predikanten, die vaak alleen maar wat oude mensen in de kerk hadden want de jeugd was verdwenen, toch moed bleven houden. Ik zag daar dat hun geloof in alle eenvoud ècht was. Soms dacht ik, als ik daar geweest was, waar zeuren we hier eigenlijk over? Ik heb in al die jaren meer gekregen dan ik gebracht heb!”

“Ik heb veel gereisd in Tsjecho-Slowakije en in het Hongaarssprekende deel van het voormalige Joegoslavië. Samen met Wilke het Lam. We hadden elkaar via het Dabarwerk leren kennen. De regimes waren streng in die tijd en je moest erg voorzichtig zijn. Na 1989 veranderde alles totaal. De mensen kregen weer moed, er waren weer mogelijkheden voor de kerk en ook voor onze stichting. Mogelijkheden voor gemeenteopbouw. Maar twee oorlogen hebben landen gedeeld, kerken gescheurd en bloeiende gemeenten in de tijd van Milosovic afgebroken.” Somberen dus? “Nee”, zegt ze. “Gods Woord gaat door, dwars door alle veranderingen en fouten heen. Het is Zijn werk.”


Gerrit van den Toren: ‘Die mensen zitten in je hart’

Naar zijn eigen woord had hij “helemaal niks met Oost-Europa.” Maar dat veranderde ingrijpend toen op de lidmatenkring, waar de brief aan de gemeente van Filippi werd behandeld, de vraag gesteld werd: ‘Wat doen wij eigenlijk voor onze broeders en zusters die in Oost-Europa om Christus’ wil gevangenen zitten?’ Die vraag uit 1975 heeft hem nooit meer losgelaten. Gerrit van den Toren (67) uit Sliedrecht (op de foto rechts in gesprek met een van zijn Roemeense relaties) heeft er ruim dertig zeer actieve ‘Oost-Europa jaren’ op zitten. “Die mensen zitten in je hart”, zegt hij, “je raakt ze nooit meer kwijt.”

Zijn Oost-Europawerk startte in 1975 in Papendrecht, aangemoedigd door de toenmalige predikant dr. G. van der End en meer dan gemotiveerd door ds. J. van Rootselaar (oprichter van HOE), van wie hij “de mooiste brief kreeg die ik ooit ontvangen heb, behalve dan die van mijn vrouw.” De hele kerkelijke gemeente werd erbij betrokken. Toen hij een jaar later naar Sliedrecht verhuisde stond ds. J. den Hoed de dag na zijn verhuizing al op de stoep met de vraag: ‘Dat ga je hier zeker ook doen?!’ Voor Gerrit is en was het geen kwestie van ‘ook doen’ maar meer van ‘mogen doen’. Daar is hij heel duidelijk over: “Ik heb het als een soort verkiezing van God gezien om dit werk te mogen doen.” Dat heeft hem drie decennia lang geïnspireerd.

Toen er in de jaren negentig van de vorige eeuw door een tweetal fusies een einde kwam aan zijn carrière in het onderwijs, concentreerde hij zich volledig op het werk in Oost-Europa. “Ik kon mijn tijd wel invullen”, zegt hij, “maar niet zinvol bezig zijn.” Die zingeving mocht hij ervaren in zijn werk bij Stichting Hulp Oost-Europa. Hij maakte tientallen reizen en onderhield contacten met mensen die hij al vele jaren kende. “In dit werk heb ik ervaren dat niet het geven het belangrijkste blijkt, maar het ontvangen. Je krijgt er zoveel voor terug. Het heeft mijn leven hier gerelativeerd. Gevangenen om Christus’ wil zijn er niet meer in Oost-Europa. Maar de kerken zijn nog steeds de gevangene van het communistische verleden. Dat kan mij geweldig aangrijpen.”

NB. Gerrit van den Toren heeft zich in 2008 vanwege zijn leeftijd teruggetrokken als vrijwilliger van Stichting Hulp Oost-Europa.


Gerrit van Dijk: ‘Mij inspireert de vreugde en gemeenschap die ik ervaar’

Hij woont in Genemuiden en werkt bij A. Riezebos Constructie in die plaats. In zijn werkgever heeft hij de hoofdsponsor gevonden voor zijn vrijwilligerswerk ten dienste van zijn naasten in Oost-Europa. Een unieke combinatie van een bevlogen vrijwilliger en een ruimhartig faciliterende ondernemer. Dankzij die combinatie gaat hij minstens vier keer per jaar naar Oost-Europa, onderhoudt er zijn contacten met uitgeverijen en geniet van “de vriendschap, de vreugde en de gemeenschap die je er ervaart.”

Gerrit van Dijk (53) is al tien jaar actief voor Stichting Hulp Oost-Europa. “Ik was bevriend met Jan van Ginkel, die destijds secretaris van stichting HOE was. Hij kwam in 1995 bij een verkeersongeluk om het leven. Ik heb toen ongeveer een jaar zijn werk als secretaris overgenomen. Daarna werd ik lid van de commissie Lectuur, Vorming en Toerusting. Dat was in 1996. In dat jaar heb ik mijn eerste reis naar Roemenië gemaakt. Tijdens dat bezoek heb ik gezien hoe het communisme mens en maatschappij verwoestte. Ik las de boeken van Richard Wurmbrand en Ferenc Visky en toen ontstond er een grote brand in mijn hart. En een grote drang om tegenover die vernielzucht van het communisme te laten zien hoe het christendom herstelt.”

Volgens een min of meer vast reisschema maakt Gerrit van Dijk nu minimaal vier keer per jaar een ronde langs zijn relaties in Budapest, Cluj, Tirgu Mures en Boekarest. Nog niet zo lang geleden was hij ook in Bosnië. Een vakantiebestemming hoeft hij niet te zoeken: het is altijd Oost-Europa. Gerrit realiseert zich terdege dat de ruimte voor zijn intensieve vrijwilligerswerk mede bepaald wordt door het feit dat hij ongetrouwd is en in Riezebos Constructie zijn sponsor heeft gevonden. Maar zijn inspiratie put hij vooral hier uit: “De warme contacten, de vele goede vrienden; de vriendschap, de vreugde en de gemeenschap die je ervaart. Ik heb ervaren dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. Je krijgt veel terug als je zegent en uitdeelt.”


Wil van 't Ooster: ‘Mij inzetten voor Gods Koninkrijk’

Wil van ’t Ooster uit Barneveld werkt vier jaar als vrijwilligster voor stichting Hulp Oost-Europa. Ze zorgt wekelijks dat de giften die binnenkomen, in het administratiesysteem worden ingevoerd. “Ik doe het werk met veel plezier. Op deze manier kan ik mij inzetten voor Gods Koninkrijk.”

“Enkele jaren geleden ben ik in voor het eerst in Oost-Europa geweest en heb ik ervaren hoe belangrijk het is dat deze mensen vanuit Nederland gesteund worden. Tijdens de reis hebben we mensen ontmoet die hulp krijgen tijdens de koude wintermaanden. Zij leven echt in erbarmelijke omstandigheden. Ik heb ook gezien dat hulp aan kerkelijke gemeenten belangrijk is. Door middel van diaconale projecten kunnen ze getuigend bezig zijn en goed doen aan de naaste. In woord en daad.”

 


Jan Schuurman Hess: ‘Leuk dat ik zo mensen kan helpen’

Vrijwilliger J.H.H. (Jan) Schuurman Hess (67) uit Delft werkt al twaalf jaar in het depot van Stichting Hulp Oost-Europa. Vanaf augustus 1994 is hij betrokken bij het werk van de stichting. “Ik ben veertig jaar stratenmaker geweest. Op een gegeven ogenblik was ik voor het huis van een bestuurslid van stichting HOE bezig met de straat. Zijn vrouw vroeg of ik haar man niet wilde helpen in de loods. Als ik met de vut ben, zei ik, en dat is gebeurd.”

Jan Schuurman Hess zoekt kleding uit die ongesorteerd uit heel Nederland wordt aangeleverd. Hij heeft dat werk een poosje samen met zijn vrouw gedaan, maar na een ernstige ziekte kon zij het werk niet meer doen. “Het is te vermoeiend voor haar geworden. Ik doe het werk nu alleen, maar als het erg druk is, kan ik een beroep doen op een paar invallers.”

Hij is wekelijks een avond druk met het uitzoeken van de kleding. “Als het slecht weer is, ga ik vaker. Dan ben ik blij dat ik naar het depot kan om daar wat werk te doen.” Jan gaat zorgvuldig om met de geschonken kleding. “Ik sorteer alle kleding op ‘dames’ en ‘heren’. Dat scheelt voor de mensen in Oost-Europa die de kleding ontvangen en moeten uitzoeken. Jammer dat er soms zakken met kleding worden gegeven waarin de kleding zomaar ingepropt is. Vooral bij kostuums is het lastig om alles weer netjes in de vouw te krijgen.”

Schuurman Hess is zelf nooit in Oost-Europa geweest. “Ik ga er niet heen ook. Het is veel te ver weg en ik kan hier mijn steentje bijdragen aan het werk. Ik vind het leuk en ik weet dat ik op deze manier de mensen daar kan helpen. Dat geeft mij veel voldoening.”

 Print deze pagina